VPBF Afdeling West-Vlaanderen

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

WPA spelregels 14.1 Continuous Pool

E-mail Afdrukken
Inhoudsopgave
WPA spelregels 14.1 Continuous Pool
Pagina 2
Alle pagina's

4. 14.1 Continous Pool

14.1 Continuous Pool, ook bekend als Straight Pool, wordt gespeeld met de vijftien genummerde ballen en de cue ball. Elke bal die op legale wijze bij een gecalld shot wordt gepot, telt voor 1 punt en de speler die als eerste
een bepaalde score heeft bereikt, wint de wedstrijd. 14.1 heeft een continu karakter: nadat veertien ballen gepot zijn, worden deze opnieuw gerackt en zal de huidige speler verder spelen. 

 

4.1 Laggen voor de break
De spelers moeten ‘laggen’ om te bepalen wie als eerste zal breaken (zie 1.2 Laggen voor de break).

4.2 Het 14.1 Rack
Bij de openingsbreak worden de vijftien objectballen in de vorm van een driehoek gerackt, waarbij de ballen zo dicht mogelijk bij elkaar geplaatst worden. De voorste bal ligt op de voetspot. Bij het re-racken van de ballen,
wordt de driehoek met veertien ballen op dezelfde plek neergelegd als bij de openingsbreak, maar zal de plek van de voetspot leeg blijven. Een driehoeksmarkering op de tafel kan gebruikt worden om vast te stellen of een mogelijke breakball in het rack-gedeelte ligt.

4.3 Openingsbreak
De volgende regels gelden bij de openingsbreak:

  1. de cue ball begint vanuit ball-in-hand-positie in het hoofdveld.
  2. indien geen gecallde bal wordt gepot, moeten zowel de cue ball als twee objectballen een band raken na contact tussen de cue ball en het rack, anders resulteert het shot in een openingsfoul (zie 9.4 Een band raken). De straf hiervoor is twee punten mindering voor de breakende speler (zie 4.10 Foul bij de openingsbreak). De niet-breakende speler heeft de keuze de tafel te accepteren en verder te spelen of kan de breaker opnieuw laten breaken, tot aan de breakeisen is voldaan, of de niet-breakende speler de tafel accepteert (zie 4.11 Ernstige fouls).

4.4 Voortgang van het spel en wedstrijdwinst
De speler blijft aan de beurt, zolang hij op legale wijze een gecallde bal pot of de wedstrijd wint door het bereiken van een vooraf vastgesteld aantal punten. Zodra veertien ballen van het rack op legale wijze zijn gepot, wordt het spel opgeschort tot het moment dat deze veertien ballen opnieuw zijn gerackt.

4.5 Shots die gecalld moeten worden
Ieder shot in het spel behoort te worden gecalld zoals omschreven in 1.6 Standaard call shot. De speler mag een “safety” callen, waarbij aan het eind van dat shot de beurt naar de tegenstander gaat, zodra de eventuele
tijdens de safety gepotte ballen gespot zijn (zie 9.17 Safety shot). 

4.6 Ballen spotten
Elke bal die is gepot bij een foul, bij een safety, bij een shot waarbij niet op legale wijze een gecallde bal is gepot, of elke bal die van tafel wordt gespeeld, wordt gespot (zie 1.4 Ballen spotten).
Indien de vijftiende bal van het rack gespot dient te worden en de veertien ballen van het rack zijn nog niet aangeraakt, mag de driehoek worden gebruikt om een goed rack te verkrijgen.

4.7 Scoren
De speler scoort één punt voor het op legale wijze potten van een gecallde bal. Elke andere bal die tijdens een dergelijk shot gepot wordt, telt ook voor één punt. Een foul wordt bestraft met een aftrek van één punt bij de overtredende speler. Een score kan hierdoor negatief zijn als gevolg van puntenaftrek door fouls.

4.8 Bijzondere rack-situaties
Indien de cue ball of vijftiende objectbal zich op de plaats bevindt welke conflicteert met het racken van de veertien overige ballen, gelden hierbij de volgende regels. Een bal wordt beschouwd te conflicteren met het rack, indien hij zich binnen of op de plaats van de driehoek bevindt. Een scheidsrechter zal, indien hiertoe gevraagd, verklaren of een bepaalde bal wel of niet conflicteert met het racken van de ballen.

  1. Indien de vijftiende bal wordt gepot bij het shot waarbij de veertiende bal werd gepot, worden alle vijftien ballen opnieuw gerackt
  2. indien zowel de cue ball als de vijftiende bal conflicteert met het racken, wordt de vijftiende bal meegerackt met de overige veertien ballen en heeft de speler cue ball-in-hand in het hoofdveld
  3. Indien alleen de vijftiende bal conflicteert met het racken, wordt deze op de hoofdspot geplaatst. Indien deze spot reeds wordt bezet door de cue ball, zal de vijftiende bal op de middenspot worden gespot.
  4. Indien alleen de cue ball conflicteert met het racken, wordt deze geplaatst volgens de volgende regels:
    1. als de objectbal voor of op de hoofdlijn ligt (buiten de hoofdveld), krijgt de speler ball-in-hand in het hoofdveld
    2. als de objectbal in het hoofdveld ligt, wordt de cue ball op de hoofdspot gespot, of op de middenspot indien de hoofdspot bezet is door de vijftiende bal.

In elk van bovenstaande situaties zijn geen restricties voor welke objectbal de speler behoort aan te spelen als eerste shot van het nieuwe rack.

Bijzondere racksituaties 14.1



pad : reglementen 14.1 continuous pool